Lifecoach

Eerst denk je dat het jouw jaarlijkse winterdip is die wat langer aansleept door een tekort aan zonlicht. Tot je op een bepaalde dag na het werk nog snel naar de supermarkt rijdt voor je naar huis gaat. Het regent en je staat voor de stoplichten. Je zet de radio op om het repetitieve geluid van de ruitenwissers te maskeren en dan hoor je door de boxen: ‘Is dit alles?… Is dit alles? … Is dit alles wat er is?’ en ineens heb je ook ruitenwissers nodig op je wangen. Je zoekt een zakdoek maar vindt er geen, veegt je wangen droog met je handen en je handen aan je jeans. Je reikt naar de achteruitkijkspiegel, wil jezelf even recht in de ogen kijken zoals je doet met je zoon als je tot hem wil doordringen, maar de auto achter je toetert omdat het al twee seconden groen is. Je schrikt en duwt snel het gaspedaal weer in.

Je begrijpt er niets van. Je hebt niets om over te klagen. Je bent gezond. Je hebt een fulltime job die je zo goed mogelijk combineert met het runnen van een huishouden. Je bent moeder van twee ondernemende pubers die alles willen uitproberen behalve hun moeders raad opvolgen. Je hebt een fantastische man met te veel talenten waardoor evenveel verbouwingsprojecten tegelijk in de steigers staan en daarbovenop is er nog die schattige hond die daar overal doorheen trippelt, met zijn vuile poten.

Je komt thuis en je man vraagt wat er aan de hand is. Je denkt dat hij wil weten waarom je later bent en schreeuwt dat iemand wel naar de winkel moest! Hij neemt de boodschappen uit je handen, en leidt jou zachtjes tot bij de spiegel. Je ziet jezelf staan met twee panda-ogen van de doorgelopen mascara en begint te huilen dat je net zo door de winkel bent gelopen. Je man stuurt je in de richting van de bank en dwingt je te gaan liggen. De zonen komen de trap afgedonderd. Ze willen vragen wat jullie gaan eten, maar slikken hun vraag weer in als ze je zien en doen zachtjes de suggestie afhaalpizza te bestellen voor je gemak. De hond springt naast je, duwt zijn neus in je gezicht en likt je tranen weg.

Er zijn verschillende mogelijkheden,’ zegt de dokter. Hij steekt evenveel vingers in de lucht als er oplossingen zijn: ‘Je kan ander werk zoeken, je kan medicatie opstarten, of je kan in therapie gaan of een combinatie van de drie.’ Om die laatste optie te illustreren, omwikkelt hij zijn drie opgestoken vingers met zijn andere hand zoals een hamrolletje met drie asperges erin. Je weet het niet, je voelt je nu ook weer niet zo slecht. Het zijn alleen van die momenten, wanneer je voor het rood licht staat bijvoorbeeld of ‘s morgens in bed net voor de wekker afgaat.

Je beslist om eerst alle alternatieven uit te proberen: vitaminecomplexen, magnesium tegen de vermoeidheid, Bachbloesems, vitamine D voor de weerstand, meditatie om je mentale rust te bewaren, afgebakende me-time agendablokken, maar ‘s nachts lig je te woelen. Je kan niet slapen door dat refrein dat maar door je hoofd blijft spoken en nog meer door de antwoorden die je erop probeert te verzinnen. Is dit alles? Je blijft het je afvragen net als een kind dat achter de poppenkast heeft gegluurd en nu onmogelijk nog kan genieten van de magie van het spel.

De hond komt naast je liggen en maakt duidelijk dat hij wil geaaid worden. Je legt je hand achter zijn oren en masseert zijn nekspieren, op de plaats waar je zelf ook spanning voelt. Dieren kunnen niet over hun leven nadenken, zeggen ze, waarmee men wil aantonen dat ze lager in rang zijn dan de mens. Al kan je je afvragen of dat zo’n talent is, dat nadenken. Honden kunnen er gewoon zijn zonder ballast van levensvragen, ze lopen overal tussendoor, vermijden de dingen die ze niet leuk vinden en zoeken op wat ze interessant vinden: zoveel mogelijk snoepjes bijeen bedelen en de beste plekjes veroveren om te rusten, liefst in de buurt van iemand die hen aait. Misschien moet je dat ook eens uitproberen, bedenk je. Je grinnikt bij die gedachte en ineens heft die hond zijn kop omhoog en kijkt je aan. ‘Doe maar,’ lijkt hij te zeggen. Je bent oprecht verrast omdat hij met die ene blik al je vragen en twijfels beantwoordt: dat het een uitstekend plan is wat meer als een hond in het leven te staan, dat je nu best gewoon blijft liggen om hem te aaien, en – och ja tuurlijk – die muziekgroep waar je al de hele tijd niet kon opkomen …

Met deze tekst behaalde ik de derde plaats in de columnwedstrijd van thisishowweread.be. Op de avond van de prijsuitreiking voelde ik me iets tussen in de war en in de wolken met mijn podiumplaats, maar nog meer met het commentaar van het gastjurylid Rebekka De Wit, theatermaakster en columniste met een wekelijkse column in De Standaard Weekblad. Uit het juryverslag : “Volgens Rebekka zou Lifecoach het begin van een ganse romancylcus met Knausgård-achtige allures kunnen zijn. ‘Veelbelovend’ vindt ze het, en al zeker omdat vorm en inhoud zo mooi samenvallen. ‘Onthecht’, is het woord dat ze daarvoor gebruikt en dat is een compliment. We zijn alvast benieuwd of deze epische opzet het startschot vormt van een ganse kroniek.”