Personeelsfeest

Voor mijn werk (een academie voor beeldende kunst) stel ik wekelijks op dinsdag een nieuwsbrief op naar het lerarenteam. Ik moet hen informeren over vergaderingen, afspraken, to do’s, deadlines, administratieve taken. Het soort lectuur waar mijn lezerspubliek niet op zit te wachten: in dit soort taken kunnen ze hun artistieke vrijheid niet kwijt. Elke week moet ik dus alles uit de kast halen om de leesstatistieken op peil te houden. Ik verwerk grapjes in de aankondiging van een vergadering, maak opzettelijk schrijffouten in de hoop er reactie op te krijgen of las een knop in die ze na het lezen moeten aanklikken  waarna ze beloond worden met een cartoon… Toch hebben deze ingrepen niet het verhoopte effect. Beeldende kunstenaars liggen niet wakker van schrijffouten, kunnen zelf veel beter cartoons tekenen en zien de humor niet in van grapjes uit de ambtenarij…

Een ander nadeel is dat ik enorm veel tijd investeer in al die ingrepen, met het kwalijke gevolg dat ik het moeilijk aankan als iemand mij de dag nadien een vraag durft te stellen over een onderwerp waar ik net een hele column over heb geschreven. In plaats van te antwoorden op hun vraag, schreeuw ik: ‘Je hebt de dinsdagmail niet gelezen!’ waarna ze afdruipen. Ik begrijp niet goed waarom, ik doe nochtans mijn uiterste best in mijn schreeuw de ontgoocheling luider te laten doorklinken dan de ergernis.

Mijn laatste truc om de wekelijkse lectuur op te leuken is een rubriek met een foto uit het beeldenarchief. Naar mijn aanvoelen een ideale teaser voor een publiek dat zich vooral focust op beelden. Zeker nu, in deze steriele periode, voelt het soms exotisch of bevreemdend foto’s te bekijken uit het precoronatijdperk: drukbezochte opendeurdagen of openingen van expo’s waar we ongemaskerd en opeengestapeld mochten poseren. Het zijn kleurrijke beelden, vooral omdat we steevast zijn uitgedost in kostuums die passen bij het thema: een groep leerkrachten met duikerspakken en gele regenlaarsjes op de expo ‘Water’, secretaressen met clownsneuzen die heel serieus drankbonnen verkopen op de opendeurdag ‘Circus’, de directeur verkleed als banaan die frieten staat te eten op de opendeurdag ‘Voeding’. Er is ook een foto van een leraar die op een paar jaar van zijn pensioen uitgedost als baby, met zelf geknoopte luier en geschminkte snottebel, op een vernissage de burgemeester en schepenen staat te verwelkomen. Uit respect voor die collega -ook al is hij al op pensioen- besluit ik die laatste foto niet te gebruiken.

Ik speur verder en ontdek een fotobestand met de naam ‘gisteren_in_de_tuin’. Ik herinner me geen expo met die naam en klik hem nieuwsgierig open. Het blijkt niet één foto te zijn maar een poster met daarin een kleurrijke collage foto’s omkaderd door groen gebladerte. Als ik inzoom ontdek ik op één van de foto’s mezelf tussen collega’s toastend naar de fotograaf met – naar ik vermoed – niet het eerste glas cava. In één klap herinner ik mij die bewuste avond.

Een personeelsfeest in de binnentuin van ons gebouw: een BBQ, een vuurschaal, drankjes, muziek,… er werd gedanst. Ik was aan het swingen met een collega en bij een rollende uitzwaai greep ik – vermoedelijk wou ik ondertussen zwaaien naar een andere collega die stond te kijken hoe goed ik kon dansen – net naast de hand van mijn danspartner, waardoor ik – naar het schijnt en volgens wat mij werd verteld – in slow motion achteruit viel en volgens omstaanders die op basis van de wetten van de ballistiek mijn eindpunt konden voorspellen, zou landen in de vuurschaal die overigens wel groot genoeg was om een mens te offeren. Dat gebeurde niet. Net voor ik neerkwam, kreeg ik een duw, van die andere collega die nog steeds beleefd stond te wachten tot ik met hem zou dansen. Ik belandde in het gras naast de smeulende schaal. Niets aan de hand, dacht ik. En stel dat het verkeerd was afgelopen, zou het strikt genomen een werkongeval geweest zijn, wist ik mezelf te troosten. Alleen bleken er nadien toch twee slachtoffers: die twee danscollega’s hadden naar verluidt allebei last van een post-traumatische-stress-stroornis en slapeloosheid wegens nachtmerries waarin ik niet op tijd die levensreddende duw kreeg. Het maakte hen zelfs een tijdje werkonbekwaam. Gelukkig viel het feestje op de vooravond van de zomervakantie, waardoor niemand daar last van had.

Maar het feest was nog niet gedaan. Een andere collega die het hele voorval had gadegeslagen, vond dat het welletjes was geweest: onze dansvloer was te klein! Net voor we met een vijftal de Sirtaki wilden dansen, pakte hij kordaat met beide handen de metalen randen van de vuurschaal vast met de bedoeling die wat te verplaatsen. Terwijl wij aan elkaar gehaakt al de eerste trage passen van Zorba’s dans inzetten, deed hij in z’n eentje een huppeldans en zwaaide nogal heftig met zijn handen. We hadden geen tijd hem te vragen wat er aan de hand was; de sirtaki kwam aardig op tempo. Pas toen we nadien lagen uit te blazen (Grieks dansen is heel uitputtend), zagen we dat hij was verdwenen, de hulpvaardige collega. De laatste keer dat we hem zagen die avond, was net voor hij naar huis vertrok en hij nog snel eens kwam zwaaien met twee in wit verband omzwachtelde handen. We vonden het sneu voor hem, zeiden we tegen elkaar toen hij al weg was, we hadden hem nog zo geprezen dat hij zo verstandig was geweest met de fiets te komen, en nu moest hij toch door een andere collega naar huis gebracht worden omdat hij zijn stuur niet kon vasthouden.

Ik besluit dat deze tuinfeest-foto ideaal is voor de nieuwsbrief van deze week waarin ik mag aankondigen dat de personeelsbarbecue dit jaar heel waarschijnlijk mag doorgaan. We kregen positief advies van de preventiedienst op voorwaarde dat we de coronamaatregelen opvolgen, coronaproof catering voorzien. Op die manier zijn de risico’s beperkt en krijgen we van hen groen licht. Het ziet er veelbelovend uit…

Misschien moet ik er alleen voor zorgen dat de preventie-adviseur deze blog niet leest.

9 gedachten over “Personeelsfeest”

  1. Ik was sowieso van plan om alles in het werk te stellen om er op het eerstvolgende feestje bij te zijn. Nu heb ik me wel voorgenomen om voorzichtig te zijn met alcohol… we zijn het niet meer gewoon, feestje in groep en je weet maar nooit wie er uit de bocht gaat 😉 Maar het zal zeker en vast weer leuk worden. Mooie herinneringen…

    Like

  2. Ik ben al uren op zoek naar de schrijffout en ‘k vermoed ze gevonden te hebben: ‘toastend naar de fotograaf’ moet natuurlijk zijn: ‘tastend naar de fotograaf’. En beweer nu niet meer dat je schrijfsels niet worden gelezen. Blijven schrijven, Iris. O zo fijn lezen.

    Geliked door 1 persoon

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s